Worstenbroodjes

Ingredients
- Deeg
200 gram Volle melk
500 gram Bloem
25 gram Verse gist
10 gram Basterdsuiker
9 gram Zout
125 gram Roomboter, op kamertemperatuur
- Worstjes
750 gram Half om half gehakt
2 eieren
75 gram Paneermeel
1 tl Zout
1 ½ tl Gemalen peper
1 ½ tl Knoflookpoeder
- Afwerking
1 Ei, losgeklopt
Voor 18 stuks
Deeg:
Verwarm de melk tot 20 °C. Doe de overige ingrediënten voor het deeg in een mengkom en giet hier ook de melk bij als deze op temperatuur is. Meng het deeg in zo’n 10 minuten tot een mooi en soepel deeg.
Verdeel het deeg in porties van 45 gram en bol deze mooi op. Leg ze onder huishoudfolie en laat ze 30 minuten rijzen in een warme, tochtvrije ruimte.
Worstjes:
Meng voor de worstjes alle ingrediënten in een kom. Verdeel het gehaktmengsel in porties van 45 gram en rol ze uit tot gelijke worstjes.
Als het deeg klaar is met rijzen rol je de bolletjes uit tot een langwerpige plak. In het middel hiervan leg je een worstje. Vouw dan eerst op de korte kant het deeglapje over het worstje, druk het deeg naast het worstje vast in de rest van het deeg. Vervolgens vouw je het deeg van de lange kanten naar elkaar toe, als het goed is komen ze in het midden van het worstje samen. Knijp het deeg goed dicht. Rol het worstenbroodje nog wat op de naad om deze aan te drukken. Leg het broodje met de naad naar beneden op een plaat met bakpapier. Laat de broodjes nog een uur rijzen onder huishoudfolie.
Verwarm de oven voor op 220 °C (boven- onderwarmte). Smeer de broodjes voor het bakken in met losgeklopt ei. Bak de broodjes in het midden van de oven in 18 minuten goudbruin en gaar.